Kennisbank · Gevaarlijke stoffen

Blootstellingsbeoordeling volgens NEN-EN 689: hoe werkt het?

Van basisinventarisatie tot toetsing aan de grenswaarde, met de aantallen metingen die de norm vraagt.

NEN-EN 689 beschrijft hoe u vaststelt of werknemers onder de grenswaarde blijven. U begint met een basisinventarisatie en een schatting. Komt de blootstelling in de buurt van de grenswaarde, dan meet u binnen groepen met vergelijkbare blootstelling en toetst u de uitkomst, oriënterend of statistisch.

Waarom schatten niet altijd genoeg is

Blootstelling varieert sterk. Van dag tot dag, van taak tot taak, en zelfs tussen twee mensen die hetzelfde werk doen. Die spreiding is precies de reden dat de norm niet met één meting genoegen neemt: een enkele uitslag zegt weinig over wat er morgen gebeurt, of over de collega aan de andere kant van de hal.

Daarom werkt NEN-EN 689 met groepen, met meerdere metingen en met beslisregels die rekening houden met die spreiding.

Stap 1: basisinventarisatie

U brengt in kaart welke stoffen er zijn, waar ze worden gebruikt en wie ermee in aanraking komt. Niet alleen de stof zelf telt, maar vooral de omstandigheden: welke taak, hoe lang, hoe vaak, in welke ruimte, met welke ventilatie of afzuiging, en met welke werkwijze.

Op basis daarvan maakt u een eerste schatting van de blootstelling. Blijft die ruim onder de grenswaarde en is dat goed onderbouwd, dan kan de beoordeling daar eindigen. Zit u in de buurt van de grenswaarde of kunt u het niet hard maken, dan volgt meten.

Stap 2: groepen met vergelijkbare blootstelling

Meten doet u niet per persoon, maar per groep van wie de blootstelling vergelijkbaar is. In de norm heet dat een similar exposure group, afgekort SEG.

De indeling maakt u op taak en omstandigheden, niet op functienaam. Twee lassers in hetzelfde bedrijf kunnen in verschillende groepen vallen als de een in een cabine met afzuiging werkt en de ander op locatie. Zet u ze toch bij elkaar, dan verdwijnt de hoogste blootstelling in het gemiddelde, en dat is precies de fout die een beoordeling waardeloos maakt.

Stap 3: meten

De metingen moeten representatief zijn voor een hele werkdag of voor de referentieperiode die bij de grenswaarde hoort. Persoonsgebonden bemonstering, in de ademzone, gedurende de taak die ertoe doet. Een momentopname bij een stilstaande machine levert een mooi getal op en geen bruikbaar oordeel.

Stap 4: toetsen aan de grenswaarde

De oriënterende toets

Met drie tot vijf geldige metingen binnen een groep kunt u een eerste oordeel vellen. De norm legt de lat daarbij bewust laag, omdat weinig metingen weinig zekerheid geven. Alle resultaten moeten onder een fractie van de grenswaarde blijven:

  • bij drie metingen: alle onder 0,1 maal de grenswaarde;
  • bij vier metingen: alle onder 0,15 maal de grenswaarde;
  • bij vijf metingen: alle onder 0,2 maal de grenswaarde.

Is dat het geval, dan geldt de grenswaarde als niet overschreden. Ligt één resultaat boven de grenswaarde, dan is sprake van overschrijding. Zit u ertussenin, dan is er nog geen oordeel en moet u door naar meer metingen.

De statistische toets

Vanaf zes metingen kunt u statistisch toetsen. Blootstellingsresultaten zijn doorgaans lognormaal verdeeld; aan de hand van die verdeling beoordeelt u of de groep als geheel onder de grenswaarde blijft, en meteen ook of de groep wel één groep is. Valt een meetreeks uiteen in twee wolken, dan heeft u in werkelijkheid twee groepen te pakken.

Meerdere stoffen tegelijk

Werken mensen met meerdere stoffen die op hetzelfde orgaan aangrijpen, dan is elke stof afzonderlijk toetsen niet genoeg. De norm werkt dan met een blootstellingsindex, waarin de bijdragen bij elkaar worden opgeteld. In de praktijk gebeurt dit te weinig, terwijl het in werkplaatsen met oplosmiddelen eerder regel dan uitzondering is.

En daarna: herhalen

Een blootstellingsbeoordeling is een momentopname. Wijzigt het proces, de stof, de installatie of de werkwijze, dan vervalt de onderbouwing en begint u opnieuw. Ook zonder wijzigingen hoort periodieke herhaling bij de methode: de norm gaat ervan uit dat u blijft controleren of het beeld nog klopt.

Uit de praktijk

Wat Samodi vaak ziet misgaan.

Eén meting als bewijs

Een los meetrapport uit een goede week, gepresenteerd als bewijs dat alles in orde is. De norm vraagt juist om meerdere metingen, omdat de spreiding het probleem is.

Groepen op functienaam

"Alle operators" in één groep, terwijl de taken en de afzuiging per werkplek verschillen.

Meten zonder inventarisatie

Direct de meetapparatuur erbij halen zonder eerst in kaart te brengen welke taken er zijn. Dan meet u wel iets, maar niet noodzakelijk wat telt.

Geen koppeling met het plan van aanpak

De uitkomst blijft in het rapport staan en landt niet als maatregel met een termijn in de RI&E.

Wat Samodi doet

Samodi voert de beoordeling uit volgens deze stappen, van basisinventarisatie tot toetsing, en vertaalt de uitkomst naar maatregelen volgens de arbeidshygiënische strategie. Voor registratie werken wij samen met Stoffenmanager®, beginnend in de gratis versie. Zie gevaarlijke stoffen: van inventarisatie tot borging.

Gerelateerd

Lees ook.

Veelgestelde vragen

Vragen die wij vaak krijgen.

Wat is een blootstellingsbeoordeling?

Een onderbouwd oordeel of de blootstelling onder de grenswaarde blijft. NEN-EN 689 beschrijft de werkwijze: eerst inventariseren en schatten, daarna zo nodig meten en toetsen.

Hoeveel metingen zijn er nodig?

De oriënterende toets werkt met drie tot vijf geldige metingen. Alle resultaten moeten dan onder 0,1 (drie), 0,15 (vier) of 0,2 (vijf) maal de grenswaarde blijven. Vanaf zes metingen kan statistisch worden getoetst.

Wat is een groep met vergelijkbare blootstelling?

Een groep medewerkers van wie de blootstelling zo veel op elkaar lijkt dat metingen bij enkelen representatief zijn. Ingedeeld op taak en omstandigheden, niet op functienaam.

Moet de beoordeling worden herhaald?

Ja. Bij wijziging van proces, stof of werkwijze vervalt de onderbouwing, en ook zonder wijzigingen hoort periodieke herhaling bij de methode.

Geschreven door Sander Mook, veiligheidskundige, gecertificeerd CMSE® en CECE®, oprichter van Samodi Bedrijfsveiligheid in Leek.

Laatst gecontroleerd: oktober 2026. Bronnen: Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 4 en NEN-EN 689. Wetgeving verandert; controleer bij twijfel de actuele tekst of neem contact op.

Hulp nodig?

Loopt u hier tegenaan?

Samodi helpt u verder, praktisch en met de juiste wettelijke onderbouwing.

Liever eerst vrijblijvend kijken? Vraag de gratis quickscan aan. Samodi komt maximaal een uur langs en geeft u op hoofdlijnen inzicht in wat er ontbreekt. Geen verplichtingen.

Stel uw vraag

Binnen 24 uur reactie. Of bel direct: 06-15409872.