1. Technische maatregelen
Vergrendelbare hoofdschakelaars, afsluitkranen voor perslucht en hydrauliek, energie-ontlaadmiddelen, dodemansbedieningen voor onderhoudsstand, veilige besturingsfuncties (bijv. safe stop en snelheidsbewaking).
Kennisbank · Machineveiligheid & CE
Bij onderhoud, reparatie en schoonmaak aan machines eist Arbobesluit artikel 7.5 dat de machine is uitgeschakeld en van al zijn energiebronnen (elektrisch, pneumatisch, hydraulisch) is afgekoppeld. Kan dat niet, dan gelden aanvullende beschermende maatregelen. In de praktijk wordt dit ingevuld met een LOTOTO-procedure volgens NEN-EN-ISO 14118 (voorkomen van onverwacht opstarten).
Onder normaal bedrijf zit een machine achter afscherming en beveiligingen. Bij onderhoud, reparatie en schoonmaak wordt die afscherming juist geopend, terwijl de machine soms nog niet volledig is uitgeschakeld of energieloos. Dit is de fase waarin de meeste zware ongevallen ontstaan. Een goede borging vraagt drie lagen tegelijk: techniek, procedures en instructie.
Als een machine draait, houden vaste kappen, deuren met vergrendeling en lichtschermen medewerkers weg van bewegende delen. Zodra onderhoud, reparatie of schoonmaak nodig is, worden precies die maatregelen tijdelijk buiten werking gezet. De monteur moet dichtbij, in of onder de machine. Vier specifieke risico's spelen dan tegelijk:
De cijfers laten zien dat juist bij korte klussen zonder procedure ("even snel iets nakijken") de meeste ongevallen plaatsvinden. De verklaring is menselijk: het duurt maar even, ik weet wat ik doe, er kan niks gebeuren.
De hoofdregel staat in Arbobesluit artikel 7.5:
Voor de technische invulling verwijst de praktijk naar NEN-EN-ISO 14118 ("Veiligheid van machines - Voorkomen van onverwacht opstarten"). Deze norm beschrijft de vergrendelbare energie-afsluiters, energie-ontlading en de controle die u nodig heeft om aan artikel 7.5 te voldoen. Voor de procedure die u in de praktijk toepast, spreken we in Nederland van LOTOTO (Lock Out, Tag Out, Try Out).
De drie soorten maatregelen
De Nederlandse Arbeidsinspectie deelt de maatregelen bij onderhoud, schoonmaak en reparatie in drie soorten in, en gebruikt die indeling ook bij een inspectie. Ze vullen elkaar aan: één soort alleen is niet genoeg.
Vergrendelbare hoofdschakelaars, afsluitkranen voor perslucht en hydrauliek, energie-ontlaadmiddelen, dodemansbedieningen voor onderhoudsstand, veilige besturingsfuncties (bijv. safe stop en snelheidsbewaking).
Per machine een schriftelijke veiligstellingsinstructie: welke energiebronnen aanwezig zijn, hoe u ze afsluit, hoe u opgeslagen energie ontlaadt en hoe u de nulstand controleert. Aangevuld met werkvergunningen bij bijzondere werkzaamheden.
Monteurs moeten aantoonbaar zijn getraind. Bij een inspectie wordt gevraagd naar getekende presentielijsten of instructiebewijzen. Ook bij externe partijen (installateurs, schoonmakers) moet u dit vooraf regelen.
Dit is het punt dat in de praktijk het vaakst wordt overgeslagen. De Arbeidsomstandighedenwet geldt overal waar in loondienst of in opdracht wordt gewerkt. Laat u het onderhoud doen door een installatiebedrijf, of de schoonmaak door een schoonmaakbedrijf, dan houdt uw verantwoordelijkheid niet op bij de poort.
Concreet betekent dat:
In de praktijk gaat het hier mis wanneer een externe partij zijn eigen procedure meebrengt die niet aansluit op uw machine, of wanneer niemand heeft afgesproken wie de energiebronnen veiligstelt. Leg vooraf vast wie wat doet, en zorg dat de monteur uw veiligstellingsinstructie krijgt en tekent.
Sommige machines hebben een schoonmaakstand (of instelmodus, onderhoudsstand) waarin de machine op verlaagde snelheid of stapsgewijs kan draaien, met een dodemansknop en zichtbare selector op de machine. Deze modus is een uitzondering op de hoofdregel dat de machine bij onderhoud energieloos moet zijn.
Voorwaarden om een schoonmaakstand veilig te gebruiken:
Als u een schoonmaakstand niet expliciet in de risicobeoordeling heeft opgenomen, is de hoofdregel van kracht: machine uit, energie afgesloten, LOTOTO toegepast.
Uit de praktijk
Installateurs, schoonmakers of leveranciers komen langs, openen de machine en beginnen. Zonder afstemming vooraf wie de machine veilig stelt en volgens welke procedure. Bij een ongeval blijft de werkgever van de locatie verantwoordelijk.
De schoonmaakstand wordt gebruikt om productiestoringen op te lossen, zonder de bijbehorende beperkingen. Feitelijk draait de machine dan onder onvoldoende afscherming voor normale productie.
De operator kent de bediening, maar de monteur die de storing komt oplossen krijgt geen aparte instructie voor de veiligstelling van deze specifieke machine.
De hoofdschakelaar staat op nul, maar de perslucht staat nog vol. Een cilinder komt alsnog naar beneden. Of een geladen condensator geeft een schok bij het losnemen van een sensor.
Een korte, praktische zelftest voor uw eigen onderhoudsproces:
Kunt u een of meer van deze vragen niet met een volmondig ja beantwoorden, dan is er werk aan de winkel voordat de Arbeidsinspectie langskomt.
Geschreven door Sander Mook, veiligheidskundige, gecertificeerd CMSE® en CECE® door TÜV NORD, oprichter van Samodi Bedrijfsveiligheid in Leek.
Laatst gecontroleerd: juli 2026. Wetgeving en normen rond machineveiligheid veranderen; controleer bij twijfel de actuele bronnen of neem contact op.
Gerelateerd
De concrete procedure in zes stappen die aan Arbobesluit 7.5 invulling geeft.
De afschermingen die tijdens normaal bedrijf beschermen, en die bij onderhoud tijdelijk buiten werking gaan.
Onderhoud, reparatie en schoonmaak zijn altijd onderdeel van een goede risicobeoordeling per machine.
Veelgestelde vragen
Tijdens onderhoud, reparatie en schoonmaak worden reguliere afschermingen geopend en komen medewerkers dicht bij bewegende of nog geladen delen. De machine kan onverwacht opstarten of energie vrijgeven (rest-druk, veerkracht, condensatoren). De Nederlandse Arbeidsinspectie signaleert deze momenten als een van de grootste oorzaken van amputaties, beknellingen en elektrocuties.
Arbobesluit artikel 7.5 verplicht de werkgever om onderhoud, reparatie en schoonmaak alleen te laten uitvoeren als het arbeidsmiddel is uitgeschakeld en drukloos, spanningsloos of anderszins van zijn energiebronnen is afgekoppeld. Als dit technisch onmogelijk is, moeten aanvullende beschermende maatregelen zijn genomen. NEN-EN-ISO 14118 (voorkomen van onverwacht opstarten) beschrijft de technische invulling.
Een schoonmaakstand (of onderhoudsstand) is een aparte bedrijfsmodus waarin de machine op verlaagde snelheid of stapsgewijs kan draaien om schoongemaakt of afgesteld te worden, met extra bescherming zoals een dodemansbediening. Deze stand is een uitzondering op de hoofdregel dat de machine moet zijn afgesloten; hij mag alleen worden gebruikt als de risicobeoordeling dit toelaat en de operator daarin is getraind.
U blijft verantwoordelijk voor de arbeidsplaats. De Arbeidsomstandighedenwet geldt overal waar in loondienst of in opdracht wordt gewerkt, dus ook wanneer een installatiebedrijf het onderhoud doet of een schoonmaakbedrijf de machine reinigt. De risico’s van dat werk horen in uw RI&E en de maatregelen in uw plan van aanpak, en er moeten werkwijzen zijn waarmee die externe monteur veilig kan werken. Werkt u met uitzendkrachten, dan heeft u als inlener bovendien eigen verplichtingen.
De werkgever. Ook als het onderhoud door een externe partij wordt uitgevoerd, blijft de werkgever verantwoordelijk voor de veiligheid van iedereen die op zijn locatie werkt. Dat vraagt een expliciete afstemming vooraf: welke procedures gelden, wie doet wat, wie stelt de machine veilig, en hoe wordt dat aantoonbaar vastgelegd.
Hulp nodig?
Samodi beoordeelt uw onderhoudsproces en stelt per machine schriftelijke veiligstellingsinstructies op, inclusief energiebronnen, ontlading en teststappen. Direct bruikbaar voor uw monteurs, en verdedigbaar richting de Arbeidsinspectie.
Liever eerst vrijblijvend kijken? Vraag de gratis quickscan aan. Samodi komt maximaal een uur langs en geeft u op hoofdlijnen inzicht in wat er ontbreekt. Geen verplichtingen.